Geen dubbele vormen en geen gaten: elke kwast doet iets wat de andere veertien niet doen.
01PoederkwastLosse of geperste poeder over het hele gezicht, om foundation te fixeren.
02Platte oogkwastPigment strak op het ooglid drukken, vooral bij glitters en metallics.
03PrecisiekwastDetailwerk: de binnenste ooghoek, onder de wimperlijn, of een strakke rand.
04BronzerkwastBronzer of warmte aanbrengen over een groter vlak: slapen, jukbeenderen, kaaklijn.
05BlushkwastBlush op de appeltjes van de wangen en licht omhoog richting de slaap.
06Schuine oogkwastSchaduw in de plooi en langs de onderste wimperlijn, of een schuine liner.
07BlendingkwastOogschaduw vervagen in de plooi, tot er geen harde rand meer te zien is.
08PrecisiekwastDetailwerk: de binnenste ooghoek, onder de wimperlijn, of een strakke rand.
09BufferkwastFoundation en cream producten in de huid werken tot er geen randen meer zichtbaar zijn.
10Schuine oogkwastSchaduw in de plooi en langs de onderste wimperlijn, of een schuine liner.
11BlendingkwastOogschaduw vervagen in de plooi, tot er geen harde rand meer te zien is.
12Platte foundationkwastFoundation uitstrijken bij hogere dekking, en rond de neus waar een grote kwast niet komt.
13Kleine concealerkwastPrecies werk: rond de neusvleugels, in de ooghoek, op een enkel plekje.
14OogschaduwkwastKleur op het beweeglijke ooglid zetten, van wimperlijn tot plooi.
15EyelinerkwastGel- of crèmeliner langs de wimperlijn, en het uittrekken van een wing.